
2.1Visie
Wij leiden op de Pabo van Hogeschool Viaa onze studenten op om als startende leraren optimaal te kunnen functioneren in de school waar ze terecht komen. Zij dragen eraan bij dat die school vanuit een heldere missie en visie systematisch werkt aan goed en op de toekomst gericht onderwijs met tevreden leerlingen en ouders. De school gaat mede door de inbreng van de startende leraren de volgende kenmerken vertonen:
- De school verzorgt (christelijk) onderwijs vanuit een onderscheidende visie.
- Alle leerlingen profiteren optimaal van het aangeboden onderwijs.
- De kinderen voelen zich er thuis en ze leren met plezier.
- De school evalueert systematisch de resultaten en vertaalt die naar nieuw beleid.
- De school blijft zich voortdurend verbeteren en voert pilots, professionalisering en onderzoek uit.
- De leraren werken aan verantwoord beter onderwijs door samen onderzoek uit te voeren.
Inzetten van persoonlijk meesterschap en beroepscompetenties
Zo’n goede onderwijspraktijk kun je alleen –mee helpen- realiseren als je als (aanstaande) leraar `persoonlijk meesterschap’ vertoont en de juiste competenties ontwikkelt.
Persoonlijk meesterschap is `het handelen van de leraren dat is ingegeven door persoonlijke opvattingen over goed onderwijs en goed leraarschap. Dit gebeurt deels intuïtief en deels beredeneerd in dialoog met de context. Op basis hiervan worden verantwoorde, professionele keuzes gemaakt met als doel de brede ontwikkeling van leerlingen te bevorderen’ (Castelijns, 2013). Het gaat ons dus om de vorming van de totale persoon en daarna om de te verwerven competenties. Persoonlijk meesterschap houdt de volgende aspecten in:
- werken vanuit een positieve grondhouding
- verantwoorden van handelen
- omgaan met professionele spanningen en dilemma’s
- werken en leren vanuit een onderzoekende houding
- zelfsturend leren
- ontwikkelen van visies
- fungeren als cultuurdrager
- reflecteren.
Naast deze persoonlijke kwaliteiten moet de (aanstaande) leraar dus ook over competenties beschikken. Een competentie is het vermogen van een persoon om een samenhangend cluster van kennis en vaardigheden in verbinding met persoonskenmerken in te zetten om effectief en efficiënt tot de kern van de bij de functie behorende taken uit te voeren in een specifieke werksituatie. Tijdens en na zijn opleiding werkt de leraar aan het ontwikkelen van de volgende competenties:
- Pedagogisch (en interpersoonlijk) competent;
- Vakinhoudelijk en didactisch competent;
- Organisatorisch competent;
- Competent in samenwerken met collega’s;
- Competent in samenwerken met ouders en anderen die bij de school betrokken zijn;
- Competent in reflectie en het uitvoeren van onderzoek.
Meer over onze visie op opleiden lees je in het Competentieprofiel startbekwame leerkracht Primair Onderwijs (2018)
2.2 Een christelijke opleiding
Op een beroepsopleiding leer je om op een beroepsterrein je vakkennis om te zetten in professioneel handelen. Hogeschool Viaa heeft als grondslag de Bijbel. Zij erkent deze als het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God, zoals dat is verwoord in het gereformeerde belijden. Het volgen van Christus moet blijken uit alles wat je doet, denkt en zegt en dus ook uit je beroepsmatig optreden. Dat betekent dat een houding van liefde een christelijke leraar typeert in zijn omgang met kinderen, collega's en ouders.
Verder zal je in het onderwijs aan een christelijke basisschool veel aandacht besteden aan het doorgeven van de kennis van de Bijbel, christelijke normen en waarden.
2.3De deeltijdpabo als beroepsopleiding
De deeltijdpabo kent verschillende varianten:
- Een reguliere vierjarige route van 240 credits
- Een versnelde route van 240 credits
- Een verkorte route van 180 credits
- Een zij-instroomtraject
De vierjarige route is de basisvariant. Je komt hiervoor in aanmerking als je minimaal een havodiploma hebt of een mbo-diploma op niveau 4. Als je niet de juiste vooropleiding hebt, bestaat de mogelijkheid om een toelatingsexamen af te leggen. Je moet dan wel 21 jaar of ouder zijn.
De versnelde route is bestemd voor mensen die een diploma Onderwijsassistent niveau 4 hebben of een propedeuse van een verwante opleiding (bijvoorbeeld een lerarenopleiding of een studie pedagogiek). In deze route volg je in het eerste jaar van inschrijving al een gedeelte van het programma van het reguliere tweede jaar. Op deze manier blijf je versnellen waardoor de opleiding in drie jaar gedaan kan worden. De studiebelasting is in drie jaren wel hoger.
De verkorte route is bestemd voor mensen die een VWO-, HBO- of een WO-diploma hebben. In deze route volg je in het eerste jaar ook een gedeelte van het reguliere tweedejaars programma en in je tweede jaar van inschrijving volg je het resterende gedeelte van het tweedejaars programma en het derdejaars programma. In het derde jaar loop je een LIO-stage en werk je aan je afstudeeronderzoek. Je kunt in deze route dus in twee en een half jaar afstuderen.
Als zij-instromer volg je een scholingstraject van maximaal twee jaar waarin je de bevoegdheid voor het primair onderwijs haalt. Je bent geen student, maar werknemer bij een school die de opleiding voor jou betaalt vanuit een subsidie. Voor zij-instroom is een aparte studiegids.
2.4De universitaire pabo als beroepsopleiding
De universitaire pabo is een combinatie van twee bachelor studies: de studie pedagogische wetenschappen aan de VU in Amsterdam en de studie leraar basisonderwijs aan Viaa in Zwolle. De Universitaire pabo is een vierjarige studie die gebruik maakt van het deeltijdcurriculum. Dat betekent dat je op één dag in de week colleges volgt op Viaa en één dag stageloopt. Je komt voor de universitaire pabo in aanmerking als je een VWO-diploma of een HBO-propedeuse hebt. Voor een gedeelte van het deeltijdcurriculum krijg je vrijstellingen op basis van de studie pedagogiek aan de VU.
2.5Praktijkpabo
De route Praktijkpabo is een vierjarig traject waarin je het onderwijsprogramma van de deeltijd volgt, maar waarbij je wel een voltijdstudent bent. We gaan daarbij ook uit van een hogere studiebelasting, bijvoorbeeld door meer dagen op de leerwerkplek te zijn. Deze opleidingsvariant wordt vaak ingezet voor voltijdstudenten waarvoor het reguliere voltijdprogramma niet passend is en altijd in overleg met de coördinator.
Je komt voor deze opleidingsvariant in aanmerking als je minimaal een Havodiploma hebt of een mbo-diploma op niveau 4. Als je niet de juiste vooropleiding hebt, bestaat de mogelijkheid om een toelatingsexamen af te leggen. Je moet dan wel 21 jaar of ouder zijn.
Het studietraject kenmerkt zich door een sterke verbinding tussen opleiding en werkplek. Wat je tegenkomt in de praktijk van de basisschool kun je verbinden met wat je leert of wilt leren in de pabo.
2.6Hoe leiden wij op?
De opleiding is erop gericht dat een student zijn persoonlijk meesterschap en competenties zover ontwikkelt dat hij in staat is om mee te werken aan het realiseren van goed onderwijs. Dat lukt het beste met een opleiding die de volgende karakteristieken kent:
Werkplekleren
Studenten leren formeel en informeel op de werkplek en de opleiding. Ze verbinden de kennis die ze in die contexten opdoen. Ze leren hun praktijk voortdurend en systematisch te verbeteren door reflectie en onderzoek. Ze koppelen nieuwe inzichten aan hun eigen handelen in de beroepspraktijk en stellen op basis daarvan vragen die te maken hebben met relevantie en bruikbaarheid van theoretische concepten. Zo probeert de student op basis hiervan zijn eigen professioneel handelen te verbeteren.
Vormend en onderzoekend leren
Studenten vormen zich tijdens de opleiding als persoon. Vormend onderwijs wil de mogelijkheden, interesses en vermogens in de persoon van de student opwekken en laten groeien in contact met bronnen van waarde. Dat zijn goede boeken en websites maar ook voorbeeldige praktijken en inspirerende personen en concepten.
Daarnaast willen we dat studenten een onderzoekende houding tonen zowel ten aanzien van zijn eigen beroepspraktijk als ten aanzien van nieuwe theoretisch inzichten. Dat kan blijken uit:
- nieuwsgierig zijn
- een open houding aannemen
- kritisch zijn
- willen begrijpen
- bereid zijn tot perspectiefwisseling
- distantie nemen van routines, eigen richting durven kiezen
- gerichtheid op bronnen, nauwkeurig willen zijn
- willen delen met anderen.
De student stelt vanuit een open mind en een nieuwsgierige instelling vragen om te komen tot een dieper inzicht. Hulpmiddelen als onderzoekstechnieken en analyses van uitkomsten van onderzoek kunnen daaraan dienstbaar zijn.
Praktijkgericht
Voor de opzet van het programma zijn we uitgegaan van het werk dat een leerkracht basisonderwijs elke dag doet. Iemand die voor de klas staat is bezig met veel activiteiten en werkzaamheden. Je geeft lessen, voert gesprekjes met de kinderen, organiseert excursies, helpt kinderen die niet zo gemakkelijk mee kunnen komen, overlegt met collega’s en ouders, je schrijft een stukje voor de schoolkrant, kortom, veel verschillende activiteiten.
Dat zijn soms kleine bezigheden, maar ook ingewikkelde klussen die heel wat van je kunnen vragen.
We hebben het werk van een basisschoolleerkracht beschreven in een aantal praktijksituaties. Dat zijn complexe situaties waar een leerkracht in het basisonderwijs regelmatig mee te maken krijgt en die de kern van het beroep uitmaken. In zo’n situatie wordt een sterk beroep gedaan op de professionaliteit van de leerkracht. Je moet bepaalde kennis, vaardigheden en inzichten inzetten en er wordt veel gevraagd van je persoonlijkheid, je onderwijskundige en pedagogische kwaliteiten. Voor zo’n praktijksituatie hebben we een leeruitkomst geformuleerd. Een leeruitkomst geeft aan welke gedrag je moet kunnen laten zien en hoe je bepaalde beroepsvaardigheden kunt verbinden aan theoretische kennis. Voor elk leerjaar hebben we zo’n vier tot zes leeruitkomsten geformuleerd.
De meeste leeruitkomsten hebben te maken met vakinhoudelijke en didactische activiteiten, omdat een leerkracht daar de meeste tijd mee bezig is. Daarnaast zijn er ook situaties, waarin de nadruk meer ligt op het teamfunctioneren of het samenwerken met de omgeving.
De vakinhoudelijke en didactische activiteiten hebben we onderverdeeld in vier niveaus. Niet alle situaties in het werk van een leerkracht zijn namelijk even moeilijk. Het afnemen van een dictee is bijvoorbeeld gemakkelijker dan een rekenles over breuken. Als je zelf een les moet bedenken over het Europese parlement, dan is dat lastiger dan wanneer je een les uit een methode geeft. We onderscheiden de volgende vier niveaus:
- werken met een eenvoudig onderwijsontwerp
- zelfstandig lessen ontwerpen
- adaptief werken (waarbij je les afstemt op de verschillen tussen kinderen)
- geïntegreerd en thematisch werken
Voor alle vakgebieden die in de basisschool onderwezen worden, kun je aan het eind van de opleiding op deze vier niveaus kinderen begeleiden. In de opleiding moet je aantonen dat je in alle beroepssituaties als leerkracht kunt functioneren.
Competentiegericht
Omdat de deeltijdopleiding uitgaat van de beroepspraktijk, besteden we veel aandacht aan de taken en activiteiten van een leerkracht. We willen dat een leerkracht straks vakbekwaam voor de klas staat. Daarom staat in onze opleiding het ontwikkelen van de competenties van de leerkracht basisonderwijs centraal. Een competentie is een bepaalde bekwaamheid die je nodig hebt om in een beroepssituatie goed te kunnen functioneren. Daarbij staat je handelen in een beroepssituatie niet los van je eigen persoonlijkheid en de kennis, inzichten en overtuigingen. Je moet ook in staat zijn om je handelen voor de klas te verantwoorden en te reflecteren op je functioneren.In competentiegericht opleiden gaat het uiteindelijk om het toepassen van je visies, kennis en vaardigheden in de beroepspraktijk. Voor de competenties van een leerkracht basisonderwijs onderscheiden we de volgende aandachtsgebieden:
- Pedagogisch (en interpersoonlijk) competent;
- Vakinhoudelijk en didactisch competent;
- Organisatorisch competent;
- Competent in samenwerken met collega’s;
- Competent in samenwerken met ouders en anderen die bij de school betrokken zijn;
- Competent in reflectie en het uitvoeren van onderzoek.
Deze onderverdeling is gebaseerd op de beschrijving van SBL-competenties, die veel scholen gebruiken.
Persoonsgericht
In het beroep van leerkracht basisonderwijs gaat het niet alleen om het uitvoeren van beroepstaken, de totale persoon van de leerkracht is hierbij van doorslaggevend belang. In onze opleiding willen we hier vooral bij aansluiten en het persoonlijk meesterschap van de student ontwikkelen en (laten) vormen. Het gaat ons dus in de eerste plaats om de vorming van de totale persoon, daarna komt het onderscheid in een aantal te verwerven competenties.
Binnen persoonlijk meesterschap kunnen we de volgende acht aspecten onderscheiden:
- werken vanuit een christelijke grondhouding
- verantwoorden van handelen
- omgaan met professionele spanningen en dilemma’s
- werken en leren vanuit een onderzoekende houding
- zelfsturend leren
- ontwikkelen van visie
- fungeren als cultuurdrager
- reflecteren
In het Competentieprofiel startbekwame leerkracht Primair Onderwijs vind je hier meer informatie over. In het programma is een aantal onderdelen opgenomen waarin je Persoonlijke Professionele Ontwikkeling (PPO) centraal staat. Binnen deze onderdelen werk je in kleinere groepen en leergroepen onder begeleiding van een PPO-docent.
Zelfverantwoordelijk leren
Competentiegericht opleiden vraagt veel van het eigen initiatief en zelfstandigheid van studenten. Je moet zelf kunnen aantonen dat je in staat bent om in alle situaties te functioneren als leerkracht. De één zal daar meer tijd voor nodig hebben dan de ander. Je bent dus zelf verantwoordelijk voor je leerproces. Je kunt in overleg met je begeleider op je stageschool zelf plannen hoe je aan je leeruitkomsten werkt.
Het is misschien al lang geleden dat je onderwijs hebt gevolgd en dat betekent dat je weer affiniteit moet krijgen met het studeren. Daarom besteden we in het begin van de opleiding veel aandacht aan de begeleiding van je leerproces in de PPO-groepen. Je wordt ook geplaatst in een leergroep van drie of vier studenten waarin je elkaar ondersteunt in je leerproces.
Authentiek toetsen
Of je geschikt bent voor het beroep van onderwijsgevende blijkt uiteindelijk in het werk voor de klas. Daarom proberen we in onze manier van toetsen ook zoveel mogelijk aan te sluiten bij de praktijk van het onderwijs. Belangrijke toetsvormen die we hanteren zijn assessments (een stagebezoek waarbij je in een praktijksituatie laat zien wat je mogelijkheden zijn) en dossiers en (groeps)gesprekken.
Identiteitsgericht
Op Viaa staan we voor christelijk onderwijs. We leven vanuit het evangelie van Jezus Christus, zoals dat tot ons komt in de Bijbel. Dit vertaalt zich in de dagelijkse praktijk niet alleen in de lessen die nadrukkelijk identiteitsgevoelig zijn zoals Bijbelverhalen vertellen, maar ook in andere vakken. De christelijke visie komt met name tot uiting in onderwijskundige en morele keuzes. Ook in de omgang binnen de school laten we ons leiden door Bijbelse waarden en normen. Dat betekent dat we in een rijk geschakeerde studentenpopulatie wat betreft kerkelijke en levensbeschouwelijke betrokkenheid elkaar kunnen stimuleren
2.7Leerdoelen en leerinhouden
De deeltijdopleiding is opgezet vanuit de praktijk: wat moet je kunnen om in de klas en de school een goede leraar te zijn? Elk blok draait om een praktijksituatie en je moet laten zien dat je in zo’n situatie kunt functioneren in de praktijk van je stageschool. Voor die praktijksituatie hebben we een aantal leeruitkomsten geformuleerd. In niveau 1 gaat het om:
- Ontwerpen en uitvoeren van onderwijs
- Volgen en begeleiden van de ontwikkeling van kinderen
- Kinderen leren de wereld te ontdekken
- Leren binnen een professionele (school)organisatie
- Werkplekleren in de onderwijspraktijk
Een jaar is verdeeld in 4 blokken. Elk blok heeft 8 lesdagen en een dag die is gereserveerd voor toetsing. In blok 1 en 2 staan twee leeruitkomsten centraal. In het tweede semester komen in blok 3 en 4 twee nieuwe leeruitkomsten aan de orde. De leerlijn rond de persoonlijke professionele ontwikkeling en het werkplekleren loopt het hele jaar door.
2.8Leeractiviteiten
Je bent elke week een dag op de Pabo. Dan volg je van colleges op de opleiding, zoveel mogelijk binnen de tijden 9:15 – 16.30 uur. Er is een afwisseling in de opzet van de lesdagen. De ene week staat een bepaald onderwerp centraal en een andere week ligt de nadruk meer op een bepaald vakgebied of volg je een bepaalde workshop. Elke week loop je ook een dag stage op je opleidingsschool. Je kiest zelf in overleg met je opleidingsschool welke dag dat is.
Leergebied
In het eerste jaar zijn er in elk blok dagdelen gewijd aan een leergebied uit de basisschool. Op die dag presenteert een leergebied zich en laat een vakdocent je zien wat de plaats van een vakgebied is in de basisschool, wat en hoe kinderen er leren en welke inhouden er toe doen. Ook wordt de relatie gelegd met de leeruitkomst van het blok. Het helpt je om onderwijsactiviteiten te ontwerpen in dat leergebied. In het rooster zie je welke leergebieden op het programma staan.
Workshops
Soms heb je specifieke vaardigheden nodig om een leeractiviteit op je school te kunnen verzorgen. Denk aan het netjes op een digibord schrijven, een lied aanleren, bewegingsonderwijs aan kinderen geven of een (Bijbel)verhaal vertellen. Zulke vaardigheden oefen je in een workshop. In elk blok volg je bepaalde workshops.
Werkplekleren
Elke week loop je een dag stage op je opleidingsschool. Daar leer je in de praktijk hoe je les geeft, kinderen begeleidt en functioneert in een team. Je legt je succeservaringen vast in een digitaal portfolio. Daarmee laat je zien dat je een leeruitkomst beheerst. Doorgaans documenteer je dat met bijvoorbeeld een lesvoorbereiding op een onderwijsactiviteit, een verslag of een film van de uitvoering, het resultaat (bijv. werk van kinderen) of een beoordeling van je werkplekcoach. Met je portfolio kun je laten zien in welke mate je succesvol functioneert in je opleidingsschool en kun je je handelen verantwoorden. Het is een centraal document in je opleiding.
In het laatste halfjaar van je opleiding loop je een LIO-stage gecombineerd met een PPO-traject op de opleiding (m.u.v. zij-instroom). Je bent dan meerdere dagen per week op de opleidingsschool. Het PPO-traject bestaat uit 10 bijeenkomsten van tweeëneenhalf uur in een kleine groep gedeeltelijk onder begeleiding van een PPO-docent.
Talentontwikkeling
Elk mens beschikt over meerdere talenten. `Het zijn ‘eigenschappen van een persoon die in de juiste context snel kunnen leiden tot bezieling en duurzame excellente prestaties.’ Vanuit je achtergrond en ervaringen in onder meer je gezin, kerk en werk breng je talenten in het onderwijs binnen die je ten goede kunt laten komen aan je opleidingsschool. Daarvoor is er in het 1e en 2e jaar een onderwijseenheid talentontwikkeling van 5 credits (m.u.v. verkorte deeltijd en universitaire pabo). Die kun je besteden aan de inzet van je specifiek talenten in de schoolcontext (leerlingen, leraren, ouders, directeuren). Je doet dat grotendeels zelfstandig.
PPO-activiteiten
Je wordt bij je professionele en persoonlijke ontwikkeling (PPO) in je studie begeleid door een PPO-docent. Het doel van de PPO-activiteiten is om je leren en ontwikkeling soepel te laten verlopen. Daarvoor verbind je je leerervaringen uit het werkplekleren met je studietraject op de opleiding en je persoonlijke professionele ontwikkeling. Je reflecteert op jouw persoonlijk meesterschap en je wordt ondersteund bij je ontwikkeling door het formuleren van leervragen en het antwoord daarop. Denk aan thema’s als zelfsturing of samenwerken.
In de PPO-bijeenkomsten wordt er altijd teruggegrepen op het thema van de dag; daarnaast komen er in de PPO-lijn ook andere onderwerpen aan bod, zoals je stijl van leren.
2.9Groepen
Je wordt geplaatst in een klas met gemiddeld maximaal 30 studenten. Met hen volg je gedurende het studiejaar de lessen. Tijdens de lessen wordt veel samengewerkt in leergroepen. In deze groep voer je onder andere opdrachten uit en bereid je presentaties voor. Zo leer je van en met elkaar. Bij de PPO-activiteiten werk je samen in een groep van 10 tot 15 studenten.
2.10Functies en contactpersonen
Op de opleiding zijn er verschillende personen bij wie je terecht kunt voor bepaalde informatie en diensten. Ze vervullen de volgende rollen:
Coördinator
Je kunt je in een aantal gevallen tot de coördinator vervoegen, bijvoorbeeld bij:
- (dreigende) vertraging in je studievoortgang door ziekte of omstandigheden;
- het indienen van een aanvraag voor de examencommissie;
- het uitschrijven bij de opleiding;
- oriëntatie op een andere opleiding;
- vragen omtrent de Onderwijs- en Examenregeling, tentamens, examens, bindend studieadvies;
- overige studieproblemen.
De coördinatoren zijn:
Riana Fikse voor de reguliere en versnelde deeltijd en praktijkpabo,
Jolande Kelder voor de verkorte deeltijd,
Jan Jaap Zijlstra voor de universitaire pabo,
Els Mulckhuyse voor zij-instroom.
Decaan
In voorkomende gevallen kan de coördinator doorverwijzen naar de decaan. Je kan de decaan ook zelf opzoeken via studentbegeleiding@viaa.nl . Zie ook OnderwijsOnline over studentbegeleiding.
De decaan kan je helpen met:
- studieproblemen (het gaat dan vooral om zaken m.b.t. tot studievaardigheden, studieadviezen, planning/studievoortgang);
- het indienen van een aanvraag voor de examencommissie;
- het uitschrijven bij de opleiding en exitgesprek;
- oriëntatie op een andere opleiding;
- vragen omtrent de Onderwijs- en Examenregeling, tentamens, examens, bindend studieadvies.
Opleidingscommissie
De opleidingscommissie heeft tot doel om (gevraagd en ongevraagd) advies te geven aan de directie over de onderwijs- en examenregeling op de pabo. Als je vragen, opmerkingen of suggesties hebt overhet onderwijs of de examens op de pabo, kun je je richten tot deze commissie.
Overzicht
In het overzicht hieronder vind je alle functies en aanspreekpunten, die je nodig hebt voor je studie. Als er een * staat, worden die gegevens later bekend gemaakt.
| Functie | Taak | Naam |
|---|---|---|
| Opleidingsdirecteur | Is eindverantwoordelijk voor de Educatieve Academie, voor de docenten, het lesprogramma en de dagelijkse gang van zaken. | Marco Schaap |
| Coördinator | Aanspreekpunt voor de dagelijkse gang van zaken: cijfers, roosters, aan- en afwezigheid van docenten, allerlei problemen. Bij problemen met de voortgang van de studie richt je je in de eerste plaats tot hem. | Zie hierboven bij Coördinator |
| Instituutopleider | Docent van de opleiding die de praktijktoetsen op de leerwerkplek afneemt. | Diverse docenten |
| PPO-docent | De docent persoonlijke professionele ontwikkeling bij wie je terecht kunt met vragen over je persoonlijk functioneren in de studie en de stage. | Diverse docenten |
| Commissie werkplekleren | Is verantwoordelijk voor de plaatsing van studenten op de opleidingsscholen; onderhoudt contacten met de scholen. | Inge Huttinga, Emmy Liefting, Nienke van Buren, Pauline Ooms |
| Werkplekbegeleider | Een leraar uit de basisschool waar je stage loopt die je tijdens een stageweek direct begeleidt bij je stage; geeft ook stagebeoordelingen door aan begeleidingsteam | Diverse leerkrachten |
| Decaan | Geeft informatie over vervolgstudie; begeleidt bij studiebeperkingen. | Via studentbegeleiding@viaa.nl |
| Docent | Verantwoordelijk voor inhoud en uitvoering van colleges en toetsen | afhankelijk van onderwijseenheid |
| Toetscommissie | Verantwoordelijk voor opbouw toetsprogramma, kwaliteit van toetsen. | Martijn van Nieuwenhuizen, Jacolien Linde, Joanne Vahl |
| Examencommissie | Verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderwijs en examenreglement | Zie OnderwijsOnline over examencommissie |
2.11Bronnen en materialen
Op OnderwijsOnline vind je alle informatie en materialen die je nodig hebt om de colleges te kunnen volgen zoals de inhouden en lesbeschrijvingen van onderwijseenheden, toetsen en bronnen (zie www.viaa.nl). Verder vind je daar de bronnen die je nodig hebt, onderverdeeld in verplichte bronnen en adviesbronnen.
- De verplichte bronnen moet je bestuderen. Ze bieden je de ideeën bij je voorbereiding en uitvoering van je onderwijsactiviteiten in de basisschool en theoretische ondersteuning en verantwoording van je praktijk.
- De adviesbronnen kunnen je leren en werken verder verrijken; je kunt ze raadplegen naar eigen goeddunken.
Ook het rooster is een bron. Je vindt er voor elk blok de informatie over wie, waar en wat van de lesdagen. Het rooster wordt getoond in MyX en is te vinden via het linkermenu in OnderwijsOnline.
2.12Kwaliteitszorg
Ieder jaar staat niet alleen de uitvoering van de programma’s centraal, maar ook het actualiseren en aanpassen van het curriculum. Wij vinden het van groot belang de kwaliteit van de opleiding voor een beroep te bewaken, omdat dat rechtstreeks gevolgen heeft voor de mate waarin je snel en zelfverzekerd op je werk kunt instromen na het afstuderen. Heel uiteenlopende zaken zijn bepalend voor de kwaliteit van ons onderwijs. Allereerst de kwaliteit van de docenten. Daarnaast de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden. Vervolgens ook de aansluiting tussende inhoud van de opleiding en wat actueel is in de samenleving en het werkveld.
Je hebt zelf ook invloed op de kwaliteit van het programma via de evaluaties en de inbreng in de opleidingscommissie. Daarmee kun je je eigen verantwoordelijkheid voor je leerproces waarmaken.
Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, zijn er de volgende evaluaties:
- Er is frequent overleg met het werkveld over ons programma en de wijze waarop we dat nog beter op het beroep kunnen afstemmen.
- Verder overleggen we met studenten, vertegenwoordigd in de Opleidingscommissie. Dat is een groep studenten die het curriculum kritisch bekijkt en voorstellen doet ter verbetering. Ook worden de leden op de hoogte gesteld van vernieuwingen en wordt hun oordeel daarover gevraagd.
- Binnen de PPO-groepen is er ook regelmatig aandacht voor de evaluatie van het curriculum.
- Onder de stagescholen houden we een onderzoek over de opzet en de inhoud van de stage.
- Afgestudeerden van de pabo worden één keer in de vier jaar geënquêteerd. Daarnaast kunnen afgestudeerden ook in een landelijk onderzoek worden bevraagd.
- Elk studiejaar wordt de nationale Studentenenquête gehouden. Daarin wordt de opleiding en de voorzieningen op de hogeschool geëvalueerd. Dit gebeurt door een extern bureau.
- Als daar aanleiding voor is, houden we soms ook een apart onderzoek. We kunnen dan bijvoorbeeld kijken naar het studiegedrag of de identiteit van de opleiding.
Op grond van de verschillende evaluaties proberen we om ons onderwijs systematisch te verbeteren. Soms kan dat snel gebeuren door een kleine bijstelling in het programma of de organisatie, maar soms is daar wat meer voor nodig en dan doen we dat in de vorm van een uitgebreid verbeterproject.
Als je klachten hebt over het studieprogramma, dan kun je die natuurlijk ook buiten de geplande evaluaties naar voren brengen. Je kunt dat het doen door contact op te nemen met de coördinator.