Spring naar inhoud

Het opleidingsprogramma

1.1De opleiding

De Pabo leidt je in vier jaar op tot leerkracht basisonderwijs. In de eerste drie studiejaren ben je meestal twee dagen op de hogeschool voor colleges en andere leeractiviteiten en twee dagen op je opleidingsschool. In het vierde jaar volg je een minor, doe je onderzoek en loop je je lio-stage. Tijdens die stage sta je drie dagen per week voor je (eigen) klas en heb je op de hogeschool nog een aantal lesdagen. In alle jaren van je opleiding word je begeleid door een PPO-docent. PPO staat voor persoonlijke en professionele ontwikkeling. Na de opleiding kan je aan de slag in het basisonderwijs of in andere vormen van primair onderwijs, bijvoorbeeld het speciaal onderwijs. Je kunt ook nog verder studeren, bijvoorbeeld door een master te doen.

1.2Het opleidingsmodel

In de opleiding werken we in de eerste twee studiejaren met vijf leerlijnen: de kennislijn, themalijn, vaardigheidslijn, stagelijn en PPO-lijn. In het derde en vierde jaar worden deze leerlijnen steeds meer geïntegreerd. De afzonderlijke leerlijnen houden het volgende in:

Kennislijn

Binnen deze leerlijn doe je de kennis op die je nodig hebt om onderwijs te kunnen geven in alle kerndoelen van het basisonderwijs. In de kennislijn komen alle specifieke kennisbases die horen bij de verschillende vak- en vormingsgebieden aan de orde. Die kennis legt een stevig fundament onder alles wat je gaat doen in de praktijk.

Themalijn

In de themalijn komt de pedagogische en onderwijskundige kennis aan bod (de generieke kennisbasis). In elk blok komt een thema aan de orde. Het gaat in het eerste studiejaar bijvoorbeeld om de volgende vier thema’s: de ontwikkeling van het kind, het ontwerpen van onderwijs, de krachtige leeromgeving en kijk op het basisonderwijs. Een thema start met een beschreven situatie waarin allerlei aspecten aan de orde komen die in de verschillende colleges worden uitgewerkt.

Vaardigheidslijn

In deze leerlijn gaat het om alle basale instrumentele vaardigheden die nodig zijn om het beroep van leerkracht uit te kunnen oefenen. Daarbij kun je denken aan presenteren, eigen vaardigheid in de diverse kunstvakken en het doen van onderzoek.

Praktijklijn

De praktijklijn of stagelijn omvat het werkplekleren. Twee dagen per lesweek ga je naar de opleidingsschool en ben je in de klas bij jouw werkplekcoach. Daarin ga je aan het werk met de kennis en de vaardigheden die je hebt opgedaan in de andere leerlijnen. De beroepspraktijk is dan de leeromgeving waarin je werkt. Wat je daar ervaart en leert neem je weer mee in de colleges die je volgt. Theorie en praktijk wisselen elkaar dus elke week af.

PPO-lijn (persoonlijke en professionele ontwikkeling)

In de PPO-lijn kijk je vanuit je eigen persoon naar de andere leerlijnen en verbind je je eigen functioneren aan wat er van je gevraagd wordt in de professie van het leraar-zijn. Daarbij komen vragen aan de orde als: wat maakt jou tot een goede begeleider van kinderen, wat maakt jou tot een goede leraar, wat kun jij bieden in het stimuleren van kinderen als het om leren gaat?

Samenhang

In het volgende schema zie je hoe de leerlijnen met elkaar samenhangen:

De bedoeling is dat je verbanden ziet tussen de verschillende leerlijnen. Daarin speelt de PPO-lijn een grote rol. In het schema wordt duidelijk dat de integratie in die leerlijn tot stand wordt gebracht: de lijn schuift als het ware over de andere leerlijnen heen.

Vorming en onderzoekende houding

Door te werken en te leren binnen de genoemde leerlijnen word je gevormd. Dan gaat het om persoonlijke vorming, beroepsvorming en algemene culturele en maatschappelijke vorming. De vorming heeft tot doel dat jij je mogelijkheden, interesses en vermogens herkent en laat groeien. Je komt daarbij tot het ontwikkelen van een eigen identiteit en tot een bewuste visie. Dat doe je in een toenemende mate van zelfsturing zowel samen met anderen als zelfstandig. Daarbij zijn waardevolle bronnen essentieel. Die bronnen ontdek je en ‘neem je mee’.

In alle leerlijnen wordt een beroep gedaan op je onderzoekende houding. De complexe situatie die je aan het begin van elk blok rond het thema krijgt aangeboden is de start van een onderzoeksproces dat je doorloopt. We verwachten van jou nieuwsgierigheid en een open, kritische houding.

1.3Bekwaamheidseisen, kwalificaties en het eindniveau

De opleiding leidt je op tot het beroep van leraar basisonderwijs. Na de opleiding ben jij een startbekwame leraar en een professional die functioneert op hbo-niveau. Wat dat inhoudt en waar je dan aan moet voldoen is vastgelegd in diverse lijsten van bekwaamheidseisen, kwalificaties, kennisbases en de internationale Dublin-descriptoren. De opleiding is zo ingericht dat je stap voor stap toewerkt naar het vereiste eindniveau. In het toetsplan (de reeks van toetsing die je doorloopt) is gezorgd dat jij kan aantonen aan dat niveau te voldoen. Je leest er meer over in het document 'Persoonlijk Meesterschap en bekwaamheidseisen' op OnderwijsOnline.

1.4Jaaroverzicht, lestijden en roosters

Op OnderwijsOnline vind je de lestijden en het jaaroverzicht. Je vindt er ook (een link naar) de actuele roostergegevens. Roosterwijzigingen worden daarin doorgevoerd. Je volgt een voltijdopleiding wat betekent dat er op elke werkdag activiteiten ingepland kunnen worden waar je bij verwacht wordt. Incidenteel kan er ook een activiteit op een avond zijn. Daarnaast zijn er diverse excursies en (internationale) werkweken waarin je buiten de hogeschool bent.

Op OnderwijsOnline (bij 'Actuele informatie') vind je ook een lijst met docenten die vanwege ziekte of ‘werk buiten de deur’ niet aanwezig kunnen zijn. Check die regelmatig, zodat je niet voor niets op school komt.

Met vragen over je rooster kan je terecht bij je PPO-docent en de studentcoördinator.

1.5Onderwijseenheden jaar 1 en 2

Het opleidingsprogramma dat je volgt is opgedeeld in een hele reeks onderwijseenheden. Een onderwijseenheid is een samenhangend geheel van colleges, leeractiviteiten (bijvoorbeeld opdrachten, zelfstandig of als groepswerk), begeleiding en toetsing. Op OnderwijsOnline bij het 'Onderwijsmateriaal' staan de beschrijvingen van alle onderwijseenheden. Standaard zie je alleen de onderwijseenheden die voor jou van belang zijn. Elke beschrijving van een onderwijseenheid heeft globaal dezelfde opbouw en geeft je inzicht in wat de bedoeling is, wat je gaat doen, welke lessen er zijn en hoe je je daar op moet voorbereiden en hoe de toetsing eruit ziet. De onderwijseenheden hebben ook allemaal een unieke code (bv. PV2T01 (Pabo Voltijd jaar 2 Themalijn eerste thema) wat het zoeken soms gemakkelijker maakt.

Hieronder zie je een overzicht van de onderwijseenheden van jaar 1 en 2.

Jaar 1

Naam Credits
Themalijn 0
De ontwikkeling van het kind 3
Ontwerpen van onderwijs 3
Een krachtige leeromgeving 3
Kijk op basisonderwijs 3
Vaardighedenlijn 0
Presenteren 1
Eigen vaardigheid rekenen en taal
- Landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo
- Taalvaardigheid
1
Basisvaardigheden kunstzinnige oriëntatie 2
Digitale leeromgeving 1
Techniekvaardigheid 1
HBO-Rekenvaardigheid 1
Kennislijn 0
Rekenkundige ontwikkeling 1
Wetenschap en technologie 1
Basistoets Bijbelkennis 1
Rekenen: hele getallen 1
Spellingdidactiek 1
Bewegingsonderwijs 2
Bijbelonderwijs 2
Wereldoriëntatie 1 1
Vakkennis kunstzinnige oriëntatie 3
Engels in de basisschool 1
Rekenen: Verhoudingen en gebroken getallen 1
Aanvankelijk en technisch lezen 1
Vakkennis schrijfonderwijs 1
PPO-lijn 0
Ontwikkelend talent 4
Persoonlijke Praktijktheorie 4
Praktijklijn 0
Werkplekleren 1.1 en 1.2 8
Werkplekleren 1.3 en 1.4 8
  60

Jaar 2

Naam Credits
Themalijn 0
Omgaan met verschillen tussen kinderen 3
Adaptieve lessen en lessenseries 3
Een rijke leeromgeving 3
De school in de 21e eeuw 3
Vaardighedenlijn 0
Basisvaardigheden cultuuronderwijs 2
Grammatica en spellingvaardigheid 1
Wetenschap en technologie 1
Eigen vaardigheid Engels 1
ICT en onderwijs 1
Onderzoeksvaardigheden gevorderd 1
Kennislijn 0
Bewegen met kleuters 1
Geestelijke stromingen 1
Taalonderwijs in de bovenbouw 2
Rekenen; meten en meetkunde 2
Kennisbasis wereldoriëntatie 2
Cultuuronderwijs 2
Omgevingsonderwijs 1
Bijbelse contexten, achtergronden en thema’s 2
Met kinderen spreken over God 1
Kennisbasis rekenen en wiskunde 1
Kennisbasis Nederlandse Taal 1
PPO-lijn 0
Persoonlijk meesterschap 1 3
Persoonlijk meesterschap 2 3
Praktijklijn 0
Werkplekleren 2.1 en 2.2 8
Werkplekleren 2.3 en 2.4 8
Internationalisering 3
  60

1.6Het (bindend) studieadvies

Voorlopig en Bindend studieadvies

Aan het eind van het eerste jaar van inschrijving krijg je een bindend studieadvies. Dat kan positief of negatief zijn. Je krijgt een positief advies als je alle studiepunten van de propedeuse (de 60 punten van jaar 1) binnen hebt en ook als je minimaal voldoet aan onderstaande eisen. Voldoe je niet aan die eisen, dan krijg je in principe een negatief bindend studieadvies en mag je niet verder studeren. Soms is uitstel mogelijk op het studieadvies. Dan wordt op een later moment beslist over het studieadvies dat je krijgt.

De minimale eisen voor een positief studieadvies zijn dat je minimaal een voldoende of 'behaald' hebt gehaald voor de volgende toetsen:

  • Ontwikkelend talent
  • Persoonlijke praktijktheorie
  • Werkplekleren van blok 1.1 en 1.2 en werkplekleren van blok 1.3 en 1.4
  • Minimaal drie van de vier toetsen van de themalijn behaald

Een negatief bindend studieadvies houdt in dat je niet meer als student aan deze Pabo kan worden ingeschreven. Uit het bindend studieadvies dient te blijken dat je ondanks voldoende begeleiding en bewaken van de studievoortgang door de opleiding, er niet in geslaagd bent om de vereiste studieresultaten te behalen. Het bindend advies wordt schriftelijk gegeven en is met redenen omkleed. Voordat je een negatief advies krijgt, ontvang je schriftelijk bericht dat de examencommissie het voornemen heeft je een bindend afwijzend studieadvies te geven. Je wordt voordat het definitieve advies afgegeven wordt nog in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord door de examencommissie. Tijdens de hearing kun je een toelichting geven op eventuele persoonlijk omstandigheden die van invloed zijn geweest op je studieresultaten.

Bij de heroverweging van het studiead­vies worden eventueel je persoonlijke omstandig­heden betrokken voor zover die geleid hebben tot een studievertraging. Deze persoonlijke omstandigheden kunnen betrekking hebben op:

  • ziekte (langer dan drie weken afwezigheid, aangetoond door een medische verklaring);
  • studiebeperking
  • zwangerschap (tijdens het schooljaar meer dan drie weken zwangerschapsver­lof);
  • bijzondere familieomstandigheden
  • activiteiten ten behoeve van de hogeschool (lidmaatschap medezeggenschaps­raad e.d.).

In de loop van het eerste jaar krijg je een voorlopig studieadvies (rond 1 februari). Blijkt dat de resultaten voor de toetsen op dat moment achterblijven dan krijg je dat te horen als waarschuwing. Met de juiste begeleiding hopen we met jou de studievoortgang weer op orde te krijgen.

Centrale toetsing

De Nederlandse kennismaatschappij zet steeds meer in op exacte kennis en wil ook garanderen dat kinderen op de basisschool die kennis meekrijgen. De overheid heeft om die reden centraal aangestuurde toetsen in het leven geroepen die moeten garanderen dat de student met de juiste kennis op de Pabo begint en met voldoende kennis de Pabo afsluit. Afhankelijk van je vooropleiding moet je toelatingstoetsen maken voor aardrijkskunde, geschiedenis en/of natuur&techniek. Je moet voor de start van je studie ('voor de poort')hebben deelgenomen aan alle toelatingstoetsen die jij moet doen gezien je vooropleiding. In het eerste jaar heb je nog twee kansen per toets en je mag de 'voor-de-poort-kans' voor het volgende studiejaar ook nog benutten. Mocht dat toch niet voldoende blijken dan mag je niet meer verder studeren aan de Pabo van Viaa. Voor de toelatingstoetsen krijg je geen studiepunten, omdat ze niet tot de opleiding behoren, maar voorwaardelijk zijn om de opleiding te mogen (blijven) doen.

Voor studenten die van de opleiding onderwijsassistent op het mbo komen, kan gelden dat je een keuzedeel pabo hebt gedaan met daarin een portfolio voor aardrijkskunde, geschiedenis en/of natuur&techniek. In dat geval zal er op je diploma (of een bijlage daarvan) expliciet vermeld staan dat jij dat gedaan hebt en dan hoef je de toelatingstoetsen niet meer te maken. Lever in dit geval een goede scan of foto van het diploma in bij studentenzaken@viaa.nl.

Voor de start van de opleiding maak je ook de landelijk reken- en wiskundetoets voor de pabo. Ook dat is een landelijk georganiseerde toets voor alle pabo-studenten. Als je de toets nog niet voldoende hebt afgerond dan krijg je in het eerste jaar twee kansen om die toets te behalen. Lukt dat niet, dan mag je in het tweede jaar weer twee kansen gebruiken, maar zal je op een gegeven moment ook studievertraging gaan oplopen.

Later in de opleiding krijg je nog de twee landelijke kennistoetsen, of kennisbasistoetsen, van rekenen-wiskunde en Nederlandse taal.

1.7Overzicht onderwijseenheden jaar 3 en 4

In jaar 1 en 2 waren de verschillende leerlijnen in het curriculum gekoppeld aan onderwijseenheden. Dat is in leerjaar 3 minder het geval, omdat we daar werken met grotere eenheden: de themalijn, de kennislijn en de vaardigheidslijn zijn geïntegreerd in profielen en de specialisatie. De praktijklijn en de PPO-lijn zijn geïntegreerd in het werkplekleren.

Een voorbeeld daarvan is het thema handelingsgericht werken. Je vindt dat onderwerp in het profiel taal en rekenen. In dat onderwerp komt een vaardigheid aan bod: het maken van een groepsplan of het observeren of het afnemen van een diagnostische toets. Om die vaardigheid te leren wordt ook ondersteunende kennis aangeboden.

De integratie tussen de lijnen wordt nog versterkt doordat er binnen de profielen ook ondersteuning plaatsvindt vanuit de PPO-lijn en er ook activiteiten in het werkplekleren moeten worden uitgevoerd.

In jaar 3 en 4 kennen we de volgende onderwijseenheden

Jaar 3

Onderwijseenheid: credits
Profiel taal en rekenen 10
Specialisatie jonge kind/ oudere kind 10
Keuzevak profiel 10
Profiel Christelijke identiteit 10
Werkplekleren pabo 3 20
Totaal 60

Je kiest in de loop van het tweede studiejaar of je de specialisatie jonge of oude kind gaat volgen en je kiest een profiel uit deze mogelijkheden: kunstzinnige oriëntatie, wereldoriëntatie of bewegen.

Jaar 4

Onderwijseenheid credits
Minor 15
LIO 30
Praktijkonderzoek 15
Totaal 60

De verschillende onderwijseenheden worden op de volgende standaardmanier over jaar 3 en 4 gepland:

3.1 Profiel Taal en rekenen Specialisatie OB BB Stage
3.2 Profiel Taal en rekenen Specialisatie OB BB Stage
3.3 Profiel christelijke identiteit Keuzeprofiel Stage
3.4 Profiel christelijke identiteit Keuzeprofiel Stage
4.1 Minor    
4.2 LIO    
4.3 LIO  
4.4 Praktijkonderzoek    

Start LIO

In het laatste jaar ga je de LIO-stage doen. Alle details daarover kan je vinden in de onderwijseenheid 'Werkplekleren niveau 4'. Een aantal zaken zijn erg belangrijk bij de LIO-stage. Die noemen we daarom hier ook.

Je moet je voordat je mag starten met je LIO-stage voldoen aan een aantal eisen:

  1. Je hebt je propedeuse (alle punten van het eerste jaar)
  2. Je hebt alle punten voor werkplekleren/stage en PPO uit voorgaande jaren.
  3. Je hebt minimaal 52 van de 58 studiepunten uit jaar 2; de landelijke kennistoetsen (kennisbasis Nederlandse taal en rekenen-wiskunde) worden niet meegerekend.
  4. Je hebt je specialisatie jonge of oude kind behaald.
  5. Je hebt minimaal 20 van de 30 studiepunten behaald van de drie profielen uit jaar 3.

Maak geen definitieve afspraken met de LIO-school als je niet aan de eisen kunt voldoen. Wacht tot je de formele toestemming hebt. Solliciteer altijd onder voorbehoud!

De toestemming om op LIO vraag je aan bij de commissie werkplekleren via werkplekleren@viaa.nl. Als de toestemming niet gegeven kan worden, maak dan een afspraak met de afstudeercoördinator. Zorg ervoor dat de gegevens van je LIO-werkplek in OnStage (digitale omgeving waar het werkplekleren geregeld wordt) zijn ingevoerd voordat je de aanvraag doet en controleer zelf of je al aan de eisen voldoet.

Schrijf voorafgaand aan de LIO het leerwerkplan. Je moet daar feedback op vragen van je werkplekbegeleider (WPB) en de bijgestelde versie aan je PPO-docent sturen. Je PPO-docent keurt uiteindelijk je leerwerkplan goed en kun je er mee aan het werk. Je gebruikt dit leerwerkplan gedurende je sollicitatie maar ook in communicatie met je WPB. Alle afspraken over de LIO zijn vastgelegd in een LIO-contract. Zorg dat dat contract ingevuld en ondertekend is door alle partijen. Kijk voor verdere info in de betreffende onderwijseenheid en in OnStage.

Na al de stappen van: LIO-toestemming, leerwerkplan en contract, is je LIO formeel geregeld. Laat je een actie achterwege dan loop je een risico. Je LIO kan ongeldig verklaard worden en dat is voor niemand een prettige situatie.

Je kunt je 19 weken LIO ook in een school voor speciaal onderwijs lopen. Die stageroute is dan in het derde jaar al ingezet en afgestemd met 'werkplekleren@viaa.nl’. Joanne Vahl en Bertine Vince begeleiden deze stagetrajecten.

Neem contact op met je coördinator bij twijfel, vragen of problemen in de studievoortgang.

Cursusdagen

Tijdens de LIO volg je verplicht vier cursusdagdelen. Dat zijn 'oudergesprekken' en sociale veiligheid. Daarnaast een cursus met gevarieerde door jullie zelf aangedragen onderwerpen. Verder volg je één cursusdag binnen je eigen cluster of elders in het onderwijsveld. De door Viaa georganiseerde dagen staan vermeld in je rooster. 

Praktijkonderzoek in Pabo 4

In het afstudeerjaar zet je een onderzoek op en voert het uit. Je hebt hierbij de keuze uit een praktijkonderzoek, een actieonderzoek of het maken van een beroepsproduct. Dit onderzoek levert 15 ECTS op en dat is best fors, een proces van zeker 10 volledige werkweken. Er wordt daarom ook veel van je verwacht, ook wat betreft eigen verantwoordelijkheid en jouw regie op het proces. Op OnderwijsOnline vind je de informatie van deze onderwijseenheid.

1.8Werkplekleren, PPO en Internationalisering

In jaar 3 zijn de stage, de PPO-lijn en activiteiten in het kader van internationalisering ondergebracht in één onderwijseenheid, waaraan 20 studiepunten worden toegekend. Dat hebben we gedaan omdat er in de PPO-lijn voornamelijk wordt ingegaan op persoonlijk meesterschap, stage en de activiteiten in het kader van internationalisering sterk daarmee samenhangen. De tussentijdse toetsing van deze onderwijseenheid vindt op verschillende manier plaats. De eindtoets ‘werkplekleren Pabo 3’ sluit deze leerlijn af en daarna worden de studiepunten in één keer toegekend.

Werkplekleren

De stage in jaar 3 heeft meer dan in jaar 1 en 2 het karakter van werkplekleren. Je leert vanuit de leervragen die je stelt op je opleidingsschool en die leervragen worden ondersteund door de colleges op de opleiding. We hebben een aantal kaders gegeven in de vorm van kenmerkende beroepssituaties. Dat zijn behoorlijk complexe situaties die je vaak tegenkomt en kenmerkend zijn voor het beroep van de leerkracht. Deze kenmerkende beroepssituaties bevatten meerdere taken en kun je invullen afhankelijk van de situatie op je stageschool. Je hebt de vrijheid om te kiezen uit domeinen van bepaalde vakken.

Welke situaties op jou van toepassing zijn hangt af van je specialisatie en keuzeprofiel. Houd er wel rekening mee dat de situaties niet geformuleerd zijn op groepsniveau en dat je ook activiteiten buiten je stagegroep zult moeten uitvoeren.

PPO-lijn

In het derde leerjaar zijn er per blok 4 of 5 centrale PPO-bijeenkomsten. In deze bijeenkomsten vindt de oriëntatie op de inhouden van de onderwijseenheden plaats en de kenmerkende beroepssituaties. Daarnaast zal er altijd aandacht zijn voor het trainen en oefenen van de methodiek van het `krachtgericht coachen’. Dit ondersteunt het persoonlijk meesterschap. Deze bijeenkomsten zijn cruciaal in het werken aan de doelen in dit blok.

Daarnaast zijn binnen de PPO-groepen leergroepen gemaakt van gemiddeld 4 studenten. Deze leergroepen vormen in het leren van jou een belangrijke schakel tussen de opleiding en de opleidingsschool. Hier vindt de verwerking van leerstof, opdrachten, reflecties op beroepssituaties, opzet van onderzoek plaats. Ook vormen van intervisie, dialoog en feedback vinden hier plaats, waardoor het samenwerken geoefend wordt. In deze groepen kun jezelf je bijeenkomsten plannen en de frequentie bepalen. Ook kun je professionals uitnodigen om bv. feedback te geven op je ontworpen plannen of onderzoek dat je hebt opgezet. Bij het plannen is het belangrijk om tussen de centrale PPO-bijeenkomsten minimaal één leergroep bijeenkomst te beleggen.

Ook in het vierde leerjaar word je weer ingedeeld in PPO-groepen, deze kleine groepen hebben met name bijeenkomsten tijdens de LIO-stage. Tijdens de LIO-stage zal reflectie op stage-ervaringen centraal staan. Daarnaast is er ook aandacht voor je leervorderingen. Je blijft verbonden aan de begeleidende docent tot het moment van je diploma-uitreiking of je uitschrijving.

Internationalisering

Internationalisering is in jaar 3 gericht op de interculturele competenties. Je kunt deze competenties oefenen binnen de stage via gerichte activiteiten. Je schrijft een scholingsprogramma voor jezelf met een studielast van 140 uur en dient dit voor 1 november in. In de loop van het jaar voer je dit programma uit. Er zijn verschillende mogelijkheden om de internationalisering vorm te geven, zoals:

  • stage ruilen met zelfgezochte multiculturele school in de Randstad;
  • Etwinning project
  • project vreemde talenonderwijs op de basisschool;
  • project met asielzoekers op een AZC deelname aan een congres in binnen- of buitenland met internationale / interculturele focus.

Gedetailleerde informatie vind je in de onderwijseenheid 'Werplekleren niveau 3'.

1.9Verplichte profielen en specialisatie

Een profiel heeft betrekking op een bepaalde vakinhoud. Binnen een profiel wordt ook altijd een koppeling gemaakt met de inhoudelijk verwante onderdelen uit de onderwijskunde en pedagogiek. Een profiel is gericht op toepassing in de praktijk en er is de mogelijkheid voor het doen van praktijkonderzoek.

Elke student volgt verplicht het Profiel taal en rekenen en het Profiel Christelijke Identiteit

De opleiding kent een specialisatie jonge kind (0 – 7 jaar) en oudere kind (8 – 13 jaar). In de praktijk betekent dit, dat een student aan het einde van het tweede jaar kiest voor een stage in de onderbouw (groep 1 -3) of bovenbouw (groep 4 – 8). In het derde en vierde jaar loopt de student alleen stage in de bouw van zijn keuze (met uitzondering van activiteiten in het kader van internationalisering).

​1.10Keuzeprofielen

We kennen de volgende keuzeprofielen

  • Wereldoriëntatie en Wetenschap & Techniek
  • Kunstzinnige oriëntatie
  • Bewegingsonderwijs

Een student volgt in het reguliere programma één keuzeprofiel.

Het profiel Bewegingsonderwijs biedt de studenten de mogelijkheid om voor een deel te voldoen aan de landelijke eisen voor de nascholing bewegingsonderwijs. Er zijn ontwikkelingen gaande om ook het tweede blok van de nascholing binnen de opleiding aan te bieden als minor. Neem contact op met de docenten bewegingsonderwijs voor meer informatie. Binnen de profielen Wereldoriëntatie en Kunstzinnige oriëntatie maken studenten een keuze naar onderwerp of vakgebied.

1.11Minoren

Een minor is een vakoverstijgend onderdeel van het curriculum dat betrekking heeft op een algemeen onderwerp, gerelateerd aan het beroep van leerkracht basisonderwijs. De doelen van een minor staan in principe los van de landelijke kennisbases. Een minor moet ook te volgen zijn door studenten van een andere opleiding van Viaa of studenten van een andere hogeschool. In het vierde studiejaar bieden we de volgende minoren aan:

  • Internationalisering;
  • VMBO;
  • Omgaan met complex gedrag;
  • Ontwikkelingsgericht onderwijs;
  • Interprofessioneel werken in het Jeugddomein (IWJ)

De minor internationalisering wordt in principe in de eerste helft van het vierde leerjaar aangeboden. Voor studenten die meer willen wordt de minor Omgaan met complex gedrag al in blok 3 en 4 van het derde jaar aangeboden.

De minor ‘Interprofessioneel werken in het Jeugddomein is bestemd voor studenten van de Pabo, social work en HBO-V die zich willen richten op het interprofessioneel samenwerken bij complexe vragen rondom jeugd. 

Als student werk je vanuit jouw basis als leerkracht, hulpverlener of zorgverlener en je leert om tactisch de juiste verbindingen te leggen tussen kind, ouders, school, sociaal wijkteam, jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg die nodig is voor de ontwikkeling van het kind/de jeugdige.

Een student kan ook een minor aan een andere onderwijsinstelling volgen. Zie hiervoor de website van Kiezen Op Maat (KOM); https://www.kiesopmaat.nl/.

Het aanvragen van een externe minor gaat via de examencommissie. Hiervoor geldt het volgende:

  • maximaal 6 punten achterstand
  • stage voldoende
  • opgave voor een externe minor in Pabo 2
  • in uitzonderlijke gevallen later
  • goedkeuring door examencommissie

1.12Sneller of meer, keuzes maken en vastleggen

Halverwege jaar 2 krijg je voorlichting over de verschillende profielen en minoren die er zijn. Daarnaast krijg je zicht op de momenten waarop deze worden aangeboden. Alle informatie kun je nalezen op OnderwijsOnline: klik hier 

Je dient te wachten op het verzoek van de onderwijslogistiek of de coördinator om je keuzes door te geven. Op het juiste moment zullen zij ook vragen om een extra minor of profiel te doen, omdat je meer wilt doen (verrijken) of eerder klaar wilt zijn (versnellen). 

1.13Leren op je werkplek

Je loopt in het 1e jaar vanaf de week waarin 1 oktober valt elke week 2 dagen stage. In het 2e en 3de jaar start je twee week daarvoor, of in overleg met de school zelfs eerder. In de onderwijseenheden van werkplekleren staat uitgebreid beschreven wat je moet doen. In jaar 1 en 2 loop je zowel in de onder-, midden- als bovenbouw stage. In jaar 3 loop je stage in de bouw van je keuze.

De opleidingsschool wordt op basis van je woonplaats en afspraken die wij met scholen hebben geregeld door de commissie werkplekleren. De uiteindelijke plaatsing wordt gedaan door de Schoolopleider van dat cluster. Voor de LIO solliciteer je zelf naar een leerwerkplek.

In het werkplekleren moet je doelen behalen. Je moet lessen op niveau kunnen geven. Dit betekent dus oefenen en uitproberen en uiteindelijk laten zien dat je het beheerst. Deze doelen noemen wij leerwerksituaties. Voor jaar 1 en 2 zijn die voorgeschreven, voor jaar 3 en 4 gaan we er vanuit dat je opdrachten krijgt vanuit de profielen, specialisatie en minoren en jijzelf hebt ervaren waarin jij je zelf verder wilt bekwamen. De leerkracht van de groep begeleidt je daarbij, hij is je werkplekbegeleider. Je krijgt 2 keer bezoek van een instituutsopleider (IO, docent van de opleiding) die je komt beoordelen.

De kwaliteit waarmee jij je leerwerksituaties uitvoert is een be­langrijke aanwijzing voor je beroeps­kwaliteiten. Daarom is je beoordeling een onderdeel van het bindend studieadvies (jaar 1) en je Lio-bekwaamheid (jaar 3)  en bepaalt dus mede of je verder kunt gaan met de opleiding.

De beoordeling vindt plaats op basis van het oordeel van je werkplekbegeleider, de kwaliteit waarmee jij je leer-werksituaties uitvoert en de beoordeling van je instituutsopleider. De uiteindelijke beslissing wordt door de opleiding (instituutsopleider) genomen.

​1.14Studentbegeleiding

In je studie sta je niet alleen. Je kunt natuurlijk altijd een beroep doen op je medestudenten. Maar ook de docenten kun je altijd aanspreken tijdens de lessen of daarbuiten.

Daarnaast zijn er vaste vormen van begeleiding:

  • Je werkt in een kleine leergroep met een PPO-docent aan je beroepsvaardigheden. Daar komen ook vragen en problemen die je in je opleiding tegenkomt aan de orde. Dat kan in de groep, maar natuurlijk ook individueel.
  • Op de leerwerkplek heb je je eigen werkplekbegeleider, de leerkracht van de groep waar je stage loopt.
  • Binnen het cluster van je leerwerkplek is een schoolopleider die je kan adviseren, gesprekken met je kan hebben, cursusbijeenkomsten kan organiseren en samen met jou vragen en problemen kan bespreken. Op deze manier probeert hij je leer-werkplek te optimaliseren.
  • De studentcoördinator is je aanspreekpunt voor problemen in de voortgang van je studie.
  • Voor de basisvaardigheden taal- en rekenvaardigheid krijg je begeleiding.
  • Er is een vertrouwenspersoon die je kan helpen bij persoonlijke problemen waar je binnen de opleiding tegenaan loopt. Elders in deze studiegids en op OnderwijsOnline vind je daarover meer informatie.
  • Binnen Hogeschool Viaa werkt een studentenpastor. Je kunt daar terecht met vragen van pastorale aard. Ook organiseert zij activiteiten die erop gericht zijn je christen-zijn gestalte te geven in je opleiding en beroep.
  • De decaan kan je helpen bij studieproblemen, en -vertraging in de breedste zin van het woord. De decaan kan ook adviseren over extra voorzieningen in je studie, bijvoorbeeld extra tijd bij het maken van toetsen. Die voorzieningen moeten in de meeste gevallen worden goedgekeurd door de examencommissie.

​1.15Spelling- en formuleervaardigheden

Wij vinden het belangrijk dat je in al je schriftelijke uitingen representatief bent in je taalgebruik. Wij verwachten dan ook dat studenten altijd correct spellen, ook in situaties die daar niet direct om vragen. Dat geldt zowel voor activiteiten direct gerelateerd aan de opleiding (opdrachten, essays, tentamens) als voor activiteiten die verbonden zijn aan - de voorbereiding op - het functioneren in een basisschool (portfolio, sollicitatiebrief, brieven aan ouders, artikel schoolkrant, rapporten, etc.). Je moet als student te allen tijde bereid en in staat zijn tot correct spellen en formuleren. Het gaat dus niet louter om spellingvaardigheden maar ook om correct formuleren en goed verzorgd communiceren. We gaan ervan uit dat in het voorgaande onderwijs er voldoende aandacht is geweest aan correct taalgebruik.

De eis is: alle schriftelijke producten die een student inlevert ter beoordeling dienen in correct Nederlands te zijn geschreven. Dit geldt voor zowel de spelling (max. 1 spelfout per pagina) als het correct formuleren. Voorbeelden van schriftelijke producten zijn portfolio, dossier, onderzoeksopzet en verslagen. Schriftelijke tentamens vallen dus niet onder deze maatregel al gaan we er wel van uit dat je daar ook correct bent in je taalgebruik.

Concreet betekent dit:

  • Docenten bekijken alle schriftelijke producten die studenten inleveren kritisch op spelling en taalgebruik.
  • Bij onvoldoende spelling of incorrect taalgebruik wordt het verhaal niet nagekeken. De student dient er eerst voor te zorgen dat spelling en taalgebruik in orde zijn.
  • Docenten screenen daartoe op een willekeurige pagina de opdrachten en verslagen (portfolio) die studenten inleveren op taalgebruik en spelling. Als op die pagina een of meer duidelijke spel- en/of formuleerfouten voorkomen, is de spelling en/of het taalgebruik onvoldoende.
  • De opdracht gaat terug naar de student en pas als spelling en taalgebruik voldoende correct zijn, kijkt de docent het na.

​1.16Studievoortgang en studiecontracten

Je hebt voortdurende inzage in de voortgang van je studie; je kunt je cijfers via Osiris inzien (zie hiervoor ook hoofdstuk 2).

Van elke stageperiode krijg je een beoordeling van de leerwerkplek en tweemaal per jaar komt de instituutsopleider de praktijktoetsen afnemen. Als er aanleiding is om met je te overleggen over je studievoortgang, zal je PPO-docent of de coördinator contact met je opnemen. Als je het nodig vindt, kun je dat natuurlijk ook zelf doen.

Het kan voorkomen dat je gaande een leerjaar ontdekt dat je met het behalen van je studiepunten achterblijft. Dat levert je dus herkansingen op die je in je volgende leerjaar gaat maken. Opnieuw komt je eigenlijke studiejaar dan onder druk te staan, met mogelijk tegenvallende resultaten. In zo’n geval kun je besluiten om je jaar opnieuw te doen eventueel met een aanvulling uit voorgaande of komende jaren. Je neemt in zo’n geval contact op met je PPO-docent voor advies en je bespreekt de situatie met de studentcoördinator. Samen met de coördinator wordt vastgesteld wat voor jou een passende route is.

​1.17Studentstatuut en OER

In het studentenstatuut en het Onderwijs- en examenreglement (OER) is vastgelegd wat je rechten en plichten zijn omtrent bijvoorbeeld inschrijving, tentaminering en afstuderen. Er is een algemeen deel dat geldt voor alle opleidingen van Viaa en elke opleiding heeft een specifiek deel. Je kunt het studentenstatuut en OER inzien via de website van Viaa of op OnderwijsOnline.

In de OER zijn o.a. de volgende zaken vastgelegd:

  • grondslag en doelstellingen
  • procedure inschrijving niet-christelijke studenten
  • inschrijven
  • het afleggen van tentamens
  • afnemen van toetsen
  • deelneming aan verplichte activiteiten
  • beoordeling tentamens
  • toekenning studiepunten
  • geldigheidsduur
  • vrijstellingen
  • propedeutisch examen
  • examencommissie
  • normen voor het propedeutisch examen
  • algemene bepalingen
  • bijzondere bepalingen
  • regeling studieadvies
  • afsluitend examen
  • titulatuur
  • normen voor het afsluitend examen
  • geldigheidsduur tentamens
  • uitgesteld examen
  • beroep

​1.18Afstuderen en diploma

Afstuderen en diploma

De grote diplomering wordt altijd gepland op een middag of avond in de eerste weken van juli. Zodra er een definitieve datum is, krijg je die te horen. Je kunt in de maanden ervoor ook al afstuderen, maar de uitreiking van de diploma’s met de bijbehorende ceremonie en feestelijkheden vindt pas in juli plaats.

Afstuderen en de route daarheen 

Je kunt afstuderen zodra al je studiepunten (normaalgesproken 240 ECTS) zijn bijgeschreven op je cijferlijst. Ook moet je afstudeerwerk correct zijn ingeleverd, zodat het door ons gearchiveerd kan worden. Hiervoor moet je in de afstudeerfase onderstaande stappen doorlopen. 

     1  Toets werkplekleren LIO 

Om je gesprek voor werkplekleren LIO te mogen doen, moet je eerst je volledige portfolio inclusief alle bestanden en bijlages uploaden onder het vak PV4We01 Werkplekleren 4e jaar (OnderwijsOnline; studievoortgang/'opdrachten inleveren'). Koppel hier de docenten met wie je je gesprek hebt als beoordelaars. 

     2  Praktijkonderzoek

Om je praktijkonderzoek succesvol af te sluiten moet je dit met alle bijlages ge-upload hebben onder PV4PZ01 Praktijkonderzoek en een voldoende beoordeling gehad hebben.

Je diploma aanvragen

Je kunt in Osiris zien of alle punten erin staan. Zo ja, dan verschijnt er een 'knop' in Osiris waarmee je je afstuderen en diploma officieel kan aanvragen.

Het servicebureau controleert je diploma-aanvraag en geeft het vervolgens door aan de examencommissie. De examencommissie stelt vast of een student recht heeft op een diploma. Dat betekent in de praktijk dat de commissie controleert of je alle benodigde studiepunten hebt gehaald. De commissie doet dat met regelmaat in haar vergaderingen. De datum op je diploma is steeds de datum van een vaststellingsvergadering. De vergaderdata van de examencommissie zijn te vinden op OnderwijsOnline onder 'Examencommissie'. Zorg dat je afstudeeraanvraag een week voor een vergadering is gedaan, anders loop je het risico dat je diploma pas in een latere vergadering wordt vastgesteld en moet je mogelijk een maand langer ingeschreven staan en collegegeld betalen.

Studentenzaken kan studenten pas uitschrijven als die van de examencommissie een melding heeft gekregen dat een student recht heeft op een diploma. Je kan daarom je uitschrijfverzoek doen, zodra je je diploma hebt aangevraagd.

Diploma en register

Na het afstuderen wordt je diploma aangemaakt. Het papieren diploma wordt op 8 juli 2026 aan je uitgereikt.

Ben je later klaar, dan kan je je diploma krijgen tijdens een aantal uitreikingen gedurende het studiejaar of je haalt je diploma op bij het servicebureau. Maak daarvoor wel eerst een afspraak.

Zodra je een uitschrijfverzoek hebt gedaan via Studielink en deze is afgehandeld door Studentenzaken, dan is via de website van DUO een gratis digitaal uittreksel uit het diplomaregister te krijgen en tegen betaling een papieren versie. Daarmee kun je bij werkgevers aantonen dat je daadwerkelijk bent afgestudeerd. Op het uittreksel staat de maand van afstuderen vermeld.

Sinds de invoering van het diplomaregister geeft de pabo van Viaa geen gewaarmerkte kopieën van diploma’s of cijferlijsten meer uit of andere bewijzen van afstuderen.

Cum Laude

In de Onderwijs- en Examenregeling (OER) staat een aantal voorwaarden waaronder je Cum Laude – met lof – kunt afstuderen. Als je aan die voorwaarden voldoet, dan kun je bij de examencommissie een aanvraag voor Cum Laude afstuderen indienen.

​1.19Bachelor titel

Alle afgestudeerden van de pabo mogen de titel bachelor of education voeren.