
4.1Tentamenjaaroverzicht
Op OnderwijsOnline staat een tentamenjaaroverzicht (Informatie/EA-roosters en communicatie/roosters voor tentaminering en toetsing) waarop je de globale verdeling van toetsen over het jaar kunt vinden. De exacte data en de tijden van de toetsen vind je op het toetsrooster, dat per periode wordt gepubliceerd. Je kunt de link daarnaar vinden op dezelfde plek als de tentamenjaaroverzichten. Let erop dat tentamenrooster nog enigszins kunnen wijzigen tot twee weken voor het tentamen.
In dit verband wijzen we je op het studentenstatuur of de Onderwijs- en ExamenRegeling (OER). Daarin staan alle regelingen die te maken hebben met het onderwijsprogramma aan onze hogeschool, bijvoorbeeld de studievoortgang, normen, eisen, etc. Zowel alle docenten als de studenten dienen zich te houden aan de OER. Het is dus van groot belang dat je hier kennis van neemt. Je kunt de OER raadplegen via OnderwijsOnline (onder Informatie) of via de website van Viaa (zoek op studentenstatuut).
4.2Inschrijven voor toetsen
Voor alle toetsen tijdens de opleiding moet je je inschrijven. Dat doe je in Osiris. Zonder inschrijving kan je een toets niet maken of wordt het resultaat niet verwerkt. Voor toetsen in de toetsweek zijn vaste inschrijfweken. Ben je te laat, dan mag je niet meer meedoen. Let dus goed op data voor inschrijving en zet ze in je agenda. Aan het begin van het jaar zijn alle inschrijfperiodes voor het studiejaar bekend. Ondervind je problemen bij het inschrijven meld die dan direct bij de onderwijslogistiek via vraagpunt@viaa.nl. Meer informatie hierover kun je vinden via de pagina Informatie rondom toetsing en op OnderwijsOnline.
De inschrijfperioden voor collegejaar 2025-2026 zijn:
Periodes | Inschrijven voor toetsweek | Toetsweek | Inschrijven voor toetsen hertoetsweek * | Inkijkuren op woensdag | Hertoetsweek |
Periode 1 25-26 | wk 38 | T1 wk 45 | wk 48 | wk 49 | HT1 wk 51 |
| 12-9 tm 22-9-25 | 21-11 tm 1-12-25 | HT4/T1 3-12-25 | ||
Periode 2 25-26 | wk 48 | T2 wk 4 | Wk 7 | wk 8 | HT2 wk 11 |
21-11 tm 1-12-25 | 6-2 tm 16-2-26 | HT1/T2 18-2-26 | |||
Periode 3 25026 | wk 7 | T3 wk 14 | wk 17 | wk 19 | HT3 wk 21 |
| 6-2 tm 16-2-26 | 17-4 tm 27-4-26 | HT2/T3 6-5-26 | ||
Periode 4 25-26 | wk 17 | T4 wk 24 | wk 25 let op mail! | wk 26 * | HT 4 wk 27 |
| 17-4 tm 27-4-26 |
| 12-6 tm 21-6-26 | HT3/T4 25-6-26 |
|
4.3Studentvolgsysteem en beoordelingen
De beoordelingen die je tijdens je studie krijgt toegekend voor de verschillende programmaonderdelen, worden door de docenten ingevoerd in het studentvolgsysteem. We gebruiken het systeem Osiris daarvoor. In Osiris moet je je ook inschrijven op toetsen en kan je je afstuderen aanvragen. Ook sommige aanvragen bij de examencommissie kunnen via Osiris gedaan worden.
Je kunt met vragen over de cijferadministratie terecht bij de onderwijslogistiek.
In principe dienen de cijfers van een schriftelijke of digitale toets op de 11e werkdag na de toetsdatum door de docent te zijn ingevoerd. Een werkstuk dient binnen 15 werkdagen, vakanties niet inbegrepen, door de docent te worden beoordeeld en ingevoerd.
4.4Kennisbasistoetsen
De Nederlandse kennismaatschappij zet steeds meer in op exacte kennis en wil ook garanderen dat kinderen op de basisschool die kennis meekrijgen. De overheid heeft om die reden centraal aangestuurde toetsen in het leven geroepen die moeten garanderen dat de student met de juiste kennis op de pabo begint en met voldoende kennis de pabo of zij-instroom afsluit. Voor zij-instroom gaat het om de toetsen voor de Kennisbasis rekenen-wiskunde en de Kennisbasis Nederlandse taal. Studenten mogen deelnemen zodra ze voldoen aan enkele voorwaarden.
De kennisbasistoetsen worden zes keer per jaar aangeboden verspreid over het jaar. In augustus is meestal nog een zevende ronde. Een student mag twee keer per studiejaar mee doen aan de kennisbasistoetsen. In de regel is dat vanaf het derde studiejaar. Tweedejaars studenten die aan de voorwaarden voldoen, kunnen ook in mei/juni van het tweede studiejaar deelnemen. De studielast van de kennisbasistoets drukt op het tweede studiejaar. Voor studenten in versnelde en verkorte routes en zij-instroom geldt dat deelname in het tweede jaar mogelijk is (onder voorwaarden).
Zie voor meer informatie het onderwijsmateriaal van de kennisbasistoetsen op OnderwijsOnline.
4.5Tentamenreglement
Voor de afname van een tentamen zijn er een aantal duidelijke regels die je vindt in het tentamenreglement, dat deel uitmaakt van de Onderwijs en –examenregeling. Zowel docenten als studenten zijn hieraan gebonden.
Bij het afnemen van tentamens of deeltentamens moet aan de regels gesteld in de volgende leden worden voldaan:
- De toetsen beginnen op de tijden die volgens het toetsrooster zijn gereserveerd.
- De student dient 10 minuten voor aanvang van het tentamen in het lokaal aanwezig te zijn ten behoeve van registratie door de surveillant en, indien van toepassing, een dagopening.
- Op het tentamenrooster wordt de aanvangstijd van het tentamen vermeldt. De surveillant ziet erop toe dat het tentamen niet eerder of later begint dan de aangegeven aanvangstijd.
- Op 15 minuten na aanvang van het tentamen is er nog eenmaal gelegenheid voor laatkomers om het lokaal te betreden. Pas na registratie door de surveillant is het de laatkomer toegestaan te beginnen met het maken van het tentamen.
- De student is verplicht de studentenpas en een maximaal één (1) jaar verlopen legitimatiebewijs mee te nemen en zichtbaar op tafel neer te leggen. Zonder deze legitimatiebewijzen mag een student niet deelnemen aan het tentamen.
- De aanwijzingen van de examinator en surveillant moeten worden opgevolgd.
- De student mag slechts het benodigde schrijfgerei meenemen in het toetslokaal.
- Het bij zich dragen van mobiele communicatiemiddelen, foto- op filmapparatuur of andersoortige opslagmedia is niet toegestaan. Ook het dragen van een horloge is niet toegestaan, om misverstanden rondom het gebruik van smartwatches te voorkomen.
- Het gebruik van andere hulpmiddelen dan schrijfgerei en het ter plekke uitgereikte materiaal is uitsluitend toegestaan als dit uitdrukkelijk is aangegeven.
- De student schrijft duidelijk op zijn tentamenpapier zijn voornaam, achternaam, zijn volledige groepsnaam en de naam van de docent. In geval van een multiple choice tentamen noteert de student welke versie van het tentamen het betreft.
- Bij zogenaamde open-boek-tentamens mag slechts de opgegeven literatuur meegenomen worden. De student draagt er zorg voor dat in het materiaal geen aantekeningen voorkomen.
- In het lokaal mag niet worden gesproken of gegeten. Het is de student tevens niet toegestaan de orde in het toetslokaal op enigerlei wijze te verstoren.
- De surveillant heeft de bevoegdheid de student die zich aan verstoring van de orde schuldig maakt, te gelasten het toetslokaal te verlaten. De student is gehouden aan de aanwijzing van de surveillant onverwijld gehoor te geven.
- Studenten die, op welke wijze ook, contact zoeken of hebben met medestudenten of hun werk, of anderszins zich gedragen op een wijze die als (een poging tot) fraude kan worden aangemerkt, zijn geacht de toets te hebben beëindigd.
- De surveillant maakt zijn waarneming van de gedragingen bedoeld in lid 14 aan de student bekend, waarop de laatste het werk inlevert en het lokaal verlaat. De surveillant maakt hiervan aantekening op het protocol.
- De waarneming van de surveillant is bindend.
- De surveillant is voor studenten niet aanspreekbaar over zijn/haar waarneming.
- De waarneming van de surveillant heeft als gevolg het cijfer 1 op het tentamen waarmee de student doende is.
- Als de student tijdens dezelfde zitting een ander tentamen heeft gemaakt of nog moet maken, mag hij dit wel ter beoordeling inleveren.
- Een mogelijk frauduleuze handeling wordt direct gemeld bij de examencommissie. De examencommissie doet nader onderzoek naar de melding als beschreven in het fraudeprotocol.
- De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien de orde en rust wordt verstoord.
- Bij inlevering van het werk dient door de surveillant op de presentielijst te worden aangetekend dat het werk is ingeleverd.
- Op de toets staat aangegeven hoeveel tijd maximaal aan de toets mag worden besteed. Het is niet toegestaan deze tijd te overschrijden. Voor studenten met een fysieke of zintuiglijke beperking of studenten die in het bezit zijn van een dyslexieverklaring kan hiervoor een uitzondering worden gemaakt na schriftelijke toestemming van de examencommissie.
- Het is niet toegestaan om gedurende de eerste 30 minuten het lokaal te verlaten.
- Studenten die tijdens de toets het lokaal verlaten, worden geacht de toets te hebben beëindigd.
- Slechts in zeer bijzondere gevallen kan de surveillant toestemming verlenen om tijdelijk het lokaal te verlaten. Deze toestemming kan alleen verleend worden als er maatregelen getroffen zijn die fraude uitsluiten.
- Het is niet toegestaan de laatste 15 minuten het lokaal te verlaten.
- Aan studenten met een functiebeperking kan de examencommissie een verlenging van de standaardduur van de toetsing en/of het gebruik van hulpmiddelen toestaan, naast de bevoegdheid bepaald in artikel 5.2 voor studenten met een functiebeperking de toetsvorm nog verder aan te passen aan de mogelijkheden van de betrokken student.
- Bij digitale afname draagt de opleiding zorg voor papieren versies van het tentamen of deeltentamen, voor het geval de digitale systemen niet goed functioneren.
- Na het beëindigen van de toets levert de student persoonlijk zijn toets (opgaven en uitwerkingen) in bij de surveillant. De student voorziet de toetspapieren van zijn roepnaam, achternaam, groepsaanduidingen en de naam van de docent.
- Surveillanten leveren direct na afloop van de toetsing de documenten in bij de aangewezen functionaris.
- Surveillanten verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van de van toepassing zijnde regeling.
- Het is de student niet toegestaan tijdens de toetszitting inhoudelijke inlichtingen te vragen over de toets.
- Eventuele aanvullende regels bij afname van toetsen worden door de opleiding per e-mail of bij monde van de surveillant gecommuniceerd.
- Rust- en orderverstoringen door de surveillant of examinator kunnen worden gemeld bij de examencommissie in zijn hoedanigheid van bewaker van de kwaliteit van toetsing.
4.6Afwezigheid bij tentamens (ziekte of verhindering)
Wanneer je door ziekte of zwaarwegende omstandigheden niet bij een tentamen aanwezig kunt zijn, dien je dit, voorafgaand aan het tentamen, telefonisch te melden bij de telefoniste van de school. De telefoniste meldt dit feit bij de coördinator.
Indien je de eerste kans mist, kun je deelnemen aan de herkansing. Indien je de tweede kans vervolgens niet haalt, kun je een schriftelijke aanvraag bij de examencommissie indienen om een extra kans te krijgen. De examencommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk, extra kansen worden nooit automatisch verleend.
Voor het herkansen van een praktijktoets geldt een speciale regeling. Een onvoldoende stage mag twee keer herkanst worden. Dat zal over het algemeen in een volgend studiejaar gebeuren. Als je na drie keer een stagetoets nog niet hebt gehaald, dan kun je niet meer herkansen. In de praktijk betekent dat je je niet meer kunt inschrijven voor de opleiding conform artikel 3.8 van het Algemene deel van het Studentenstatuut.
4.7Toetsen van een vorig jaar herkansen
Herkansingen van toetsen (dus ook gesprekken en verslagen) kun je doen op de momenten dat de toets weer aangeboden wordt volgens het tentamenjaaroverzicht. Een toets uit blok 3 kun je dus weer herkansen in blok 3 en daarna in blok 4. Als jouw studievoortgang vertraging oploopt door de toetsplanning, dan kan de opleiding jou toestaan om toetsen te vervroegen. In de inschrijfweken krijg je daar info over. Werkplekleren en opdrachttoetsen kunnen in elk blok worden herkanst.
4.8Toekenning studiepunten
Studiepunten worden toegekend als je een toets voldoende hebt afgesloten. Als voldoende geldt het cijfer 6 of hoger of de kwalificatie 'voldoende', '+' of 'behaald'. Aan welke normen je precies moet voldoen om een toets te halen, vind je in de beschrijving van de toets in het onderwijsmateriaal van de betreffende onderwijseenheid. De beoordelingen die je voor de toetsen haalt, worden vermeld op je cijferlijst.
Voor de activiteiten die je in de stage uitvoert, worden studiepunten toegekend bij het werkplekleren. .
4.9Beoordeling van spelling- en formuleervaardigheden
Wij vinden het belangrijk dat je in al je schriftelijke uitingen representatief bent in je taalgebruik. Wij verwachten dan ook dat studenten altijd correct spellen ook in situaties die daar niet direct om vragen. Dat geldt zowel voor activiteiten direct gerelateerd aan de opleiding (opdrachten, essays, tentamens) als voor activiteiten die verbonden zijn aan –de voorbereiding op- het functioneren in een basisschool (portfolio, sollicitatiebrief, brieven aan ouders, artikel schoolkrant, rapporten, etc.). Je moet als student te allen tijde bereid en in staat zijn tot correct spellen en formuleren. Het gaat dus niet louter om spellingvaardigheden maar ook om correct formuleren en een verzorgde communicatie. We nemen als beginsituatie de start van het 2e jaar: elke student kan de spellingsregels correct toepassen in een op spelling gerichte situatie. We gaan ervan uit dat in het voorgaande onderwijs er voldoende aandacht is geweest aan correct taalgebruik wat betreft formuleren.
De eis is: alle schriftelijke producten die een student inlevert ter beoordeling dienen in correct Nederlands te zijn geschreven. Dit geldt voor zowel de spelling (max. 1 spelfout per pagina) als het correct formuleren. Voorbeelden van schriftelijke producten zijn Portfolio, dossier cultuureducatie, dossier peda, onderzoeksopzet, opdrachten voor sociologie en bewegen. Schriftelijke tentamens vallen dus niet onder deze maatregel al gaan we er wel van uit dat je daar ook correct bent in je taalgebruik.
Concreet betekent dit het volgende:
- Docenten bekijken alle schriftelijke producten die studenten inleveren kritisch op spelling en taalgebruik.
- Bij onvoldoende spelling of incorrect taalgebruik wordt het verhaal niet inhoudelijk gecorrigeerd. De student dient er eerst voor te zorgen dat spelling en taalgebruik in orde zijn.
- Docenten screenen daartoe op een willekeurige pagina de opdrachten en verslagen (portfolio) die studenten inleveren op taalgebruik en spelling. Als op die pagina een of meer evidente spel- en/of formuleerfouten voorkomen, is de spelling en/of het taalgebruik onvoldoende.
De opdracht gaat terug naar de student en als spelling en taalgebruik voldoende correct zijn, kijkt de docent het na.
4.10Inleveren verslagen
Als student moet je tijdens je opleiding schriftelijke werkstukken en verslagen inleveren. Dat doe je voor of op de vastgestelde data (zie toetsrooster) via OnderwijsOnline (onderdeel studievoortgang, en dan 'opdrachten inleveren'). OnderwijsOnline controleert je ingeleverde werk op overnames uit literatuur en eerder ingeleverde opdrachten. Bij constatering van plagiaat treedt het fraudereglement in werking.
Let erop dat je vertrouwelijke informatie in je verslagen (bijvoorbeeld de naam van een leerling uit je klas) anonimiseert.
4.11Beroep tegen een beoordeling van een tentamen
Indien je tegen een beoordeling van een onderwijseenheid in beroep wenst te gaan, zal je in eerste instantie (na inzage in de beoordeling te hebben gehad) je schriftelijk dienen te vervoegen bij de examencommissie. Slechts in uiterste gevallen (bijvoorbeeld een beroep tegen de examencommissie) dien je je te wenden tot het College van Beroep voor het hoger onderwijs, www.cbho.nl.
Gedetailleerde informatie met betrekking tot de inhoud van beroepsregelingen kan je vinden in het OER.
In alle gevallen van beroep kan je ondersteuning en informatie bij je coördinator vragen.